Boeren en buitens

Blog Jantine Kremer

Aan tafel!

Wat de gasten op de bruiloft precies eten is mij niet bekend. Het lijkt een soort goudgele pap, geserveerd in platte papschalen, rondgebracht door twee mannen op een uit zijn hengsels gelichte deur. Het is halverwege de tweede helft van de 16e eeuw als Pieter Bruegel de Oude zich – zo gaat het verhaal – met een vriend op het feest laat uitnodigen om inspiratie op te doen. Als de schilder in 1568 zijn Boerenbruiloft voltooid heeft, verdwijnt het ruim anderhalve meter brede paneel in het huis van een muntmeester in Antwerpen, een plek waar boeren het waarschijnlijk nooit kunnen bekijken. Zij verbleven te midden van het land dat ze nodig hadden voor hun bestaan, burgers met geld en aanzien verbleven in de stad. Tot de hitte, stank en drukte hen teveel werd, dan zochten ze verfrissing in een buitenhuis. Zo ook de familie van Jacoba Victoria Bartolotti van den Heuvel (1639-1718). Een kleine eeuw na Bruegels Boerenbruiloft liet haar vader buitenplaats Heuvel en Dael aanleggen in Soest. Hoe buitengewoon groot en extravagant hun grachtenpand ook was, de Amsterdamse Herengracht stonk in de zomer nog erger dan in de winter. Daar hielp geen zak met goud tegen. De Soester zomers waren fris en groen en de hoge levensstandaard verhuisde gewoon mee, zo vertelt een inventaris uit 1664. Janneke Kornet bekeek de lijst met keukengerei, met speciale aandacht voor de vele pannetjes. Haar oog bleef hangen bij het boeckendekoekpannetje. Ze bereidde een boeckendekoek volgens historisch recept, strooide er granaatappelpitjes over van de boompjes die de buitenplaats sierden en bereidde nog wat gekonfijte sinaasappel en een citroentaart van de andere fruitbomen in bezit van de Bartolotti’s. Met het rijkelijke gebruik van suiker en exotische fruitsoorten is dit bepaald geen kost voor de keuterboer.

Kornet heeft net Moes langs de Kromme Rijn afgerond, een twee jaar durend project waarbij ze voor Landgoed Amelisweerd oude recepten interpreteerde en bereidde met het plaatselijk beschikbare plantaardige voedsel van de 17e en 18e eeuw. Omdat de Paltz een relatief jong landgoed is – het werd in 1867 aangelegd – vroeg Kornet zich bij haar eerste kennismaking af wat hier daarvóór dan was. Ze dacht de torenhoge Douglas sparren weg, verwijderde de waterval, de hekken, zette haar hand boven haar ogen, liet haar ogen glijden over onontgonnen heidelandschap en tuurde over heuvels, dalen en polderlandschap tot aan de Eem. Ze stelde een menu samen dat hectares en eeuwen overspant en nodigt ons allen uit aan een tafel voor vijf, waarbij elk bord een bepaald gebied en jaartal vertegenwoordigt. We zijn uitgenodigd bij de rijke Bartolotti’s, maar kunnen ook roggebrood en kool mee-eten met de keuterboeren die dertig jaar later precies hier, op de Paltz, hun land bewerkten. Of wat dacht je van een bord heerlijke aardappelen? Sinds Van Gogh lijkt dat misschien een karige maaltijd om in schaars verlichte, krappe ruimtes uit de pan te prikken, maar in 1731 aten rijke boeren van de Soester Eng dit ook. Wel met mosterdroomsaus overigens. Aardappelen waren destijds een vrij nieuw gewas in Nederland, alsof je nu rijst uit de Eempolder op je bord zou hebben. En laat daar nu precies het laatste jaartal op Kornets menukaart naar verwijzen. Gebaseerd op onderzoek van Wageningen Universiteit werpt zij een blik vooruit en neemt ons mee naar 2050; we eten in ondergelopen polders geteelde rijst en waterspinazie.

Hoewel Kornet graag diep in de culturele en agrarische geschiedenis duikt, zeggen haar keuzes – de vrijheid die ze kan nemen omdat ze kunstenaar is, geen historicus – ook veel over haar blik op het nu. Er werd heus ook veel vlees gegeten in de 17e en 18e eeuw, maar Kornet richt zich op plantaardig voedsel en legt daarmee direct verband met onze huidige relatie tot het landschap en de noodzakelijkheid van een verschuiving in ons dieet. Kornets interesse in geschiedenis en haar maatschappelijke betrokkenheid komen samen in een oeuvre vol menselijkheid en pogingen ons te verhouden tot de schier onmetelijke omvangrijkheid van ons verleden. Zo verzon ze hoe een meer dan 2000 jaar oude altaarsteen gewijd aan de inheemse godin Sandraudiga er in ongeschonden staat uitgezien zou kunnen hebben, wijdde ze meerdere projecten aan het meekrapgewas – eeuwenlang een belangrijke bron van rood pigment – en bedrukte ze tientallen witte vlaggen met afbeeldingen van huizen die mensen ooit, vanwege oorlogsgeweld hebben moeten ontvluchtten,

Of Jacoba haar bruiloft vierde op Heuvel en Dael en wat zij en haar gasten precies aten, weet ik niet. Ik hoop boeckendekoeken, rijkelijk bestrooid met exotische groenten, fruit en specerijen. Het huis dat Jacoba verkoos boven het glitterende grachtenpand in Amsterdam is verdwenen, maar Veerhuis de Kleine Elm aan de Eem, dat zij liet bouwen, staat er nog. Fiets of vaar er eens langs, laat je oog glijden over het polderlandschap en stel je rijstvelden voor, zover het oog rijkt. 

In 2026 mogelijk gemaakt door:



Volg PaltzBiënnale