Relate

Blog Jantine Kremer

Geluidsbad
In het ochtendgloren dat mondjesmaat tussen de bomen door het park insijpelt, klinkt de zang fabelachtig en zo luid dat ik verbaasd ben over de beperkte afmetingen van de vogel die me vanaf een tak op ooghoogte toezingt. Het lijkt warempel wel een nachtegaal. Het is de ochtend na de opening van de PlatzBiënnale, de eerste dag dat ik de installatie van Bouke Groen volledig heb ondergaan. Terwijl ik het zalig dempende mos en de jarenlange stapeling van afgevallen naalden en bladeren onder mijn voetzolen voelde meeveren, begaf ik me stuurloos tussen de bomen, mijn oren gespitst op elke geluidsnuance. De intensiteit van de tonen die tussen de bomen klinken verraste me. En mijn verwondering groeide toen Groen opmerkte dat de vogels het werk lijken te hebben geaccepteerd, ze scharrelen er lustig op los in de buurt van zijn installatie.

Als ik op zoek ga naar informatie over de verhouding tussen formaat van vogels en hun decibellen, stuit ik op de vraag waarom we vogels vooral in de vroege ochtend zo goed horen zingen. Een van de genoemde verklaringen is dat geluid bij zonsopgang verder draagt, omdat koelere lucht en hogere luchtvochtigheid geluid duidelijker en efficiënter verspreidt. En dat brengt me direct weer terug bij Groen, want juist de akoestiek van het bos, het gedrag van geluid in een bepaalde omgeving, is wat hij onderzoekt en toepast. Hoe hoog is de graad van geluidsabsorptie, hoe glad – of juist niet – zijn de oppervlaktes waartegen het geluid weerkaatst? Van elke plek die hem wordt toevertrouwd, brengt Groen geluiden in kaart. De periode van onderzoek kan lang duren, waarbij hij verkennend rondwandelt, geluiden opneemt en het moment van beslissingen nemen soms zo lang mogelijk uitstelt. De ruimte kan een landgoed zijn, zoals hier, op de Paltz, maar ook een natuurgebied of een gebouw. Sinds 2018 heeft Groen met Project Overtone op vier verschillende locaties, in Nederland en Polen, een site-specific geluidsperformance geregisseerd gebaseerd op de specifieke akoestische kenmerken van de plek, resulterend in een gelijkwaardige samenkomst van architectuur, performance, compositie en zang. Een onderdompeling in geluid waarbij meerdere zintuigen tegelijk worden geprikkeld.  

Zo is het ook met Relate, een beleving van geluid, geur, beweging en gewaarworden van onderlinge verhoudingen, van de ene boom naar de andere. Groen: ‘Ik ben geen componist. Ik gebruik de informatie van de plek. Hoe bomen zich op een bepaalde manier tot elkaar verhouden, vertaal ik in een specifieke toon. Ik ben eigenlijk alleen maar gefocust op de beleving van het werk, het gaat niet om mij.’ Het doet me denken aan wat ik las over de Japanse audiovisueel kunstenaar Ryoji Ikeda, die ondanks zijn grote populariteit en immense projecten zelf buiten beeld blijft, vooral omdat hij de ervaring van het werk niet verder wil sturen. ‘Een kunstwerk ondergaan zou een caleidoscopische ervaring moeten zijn, een beginpunt zonder einde dat uitnodigt vanuit verschillende invalshoeken en richtingen.’ Het komt overeen met hoe Groen de bezoeker het liefst dit werk ziet ondergaan: dwalend, geleid door nieuwsgierigheid en intuïtie.

Nog een belangrijke overeenkomst met Ikeda is Groens gebruik van sinustonen, de meest basale tonen die er zijn. Op de lp +/- uit 1996 combineert Ikeda ze met witte ruis, een combinatie van strak en zuiver en pure chaos. Groen houdt het bij zuiver en helder. Zijn stukje Paltz is opgeruimd, de speakers minimaal en wit, het verticale ritme van het bos overnemend. Trekt hij hiermee het ritme van het landgoed nog verder naar de menselijke maat door, naar de Apollinische wens tot beteugelen, naar harmonie, kalmte en sereniteit, weg van de Dionysische huiver en spanning als een stuk oerbos zonder omheining, zonder mens als temmer? Misschien. Maar misschien ziet Groen juist in de zuiverheid van de sinustoon een echo van de zuiverheid van de boom zelf die – los van de context van het landgoed, los van de voorgeschiedenis van de plek – zichzelf is en zijn eigen verticale streep richting de zon trekt.  

Als ik bij Groens installatie sta op de Paltz, zie ik geen vogel. Het is al te laat op de dag. Ik heb ook nog niet gevonden hoe het met de verhouding auditief en fysiek volume zit bij vogels, maar vond wel weer iets anders: de verwachting is dat Nederlandse vogels hun zang zullen aanpassen, dat stadsmerels op den duur anders zullen klinken dan de merels die zich in een meer mensluwe omgeving ophouden. En ik vraag me af: wat zou er gebeuren met de Paltz-vogels als Relate voor altijd blijft staan?

In 2026 mogelijk gemaakt door:



Volg PaltzBiënnale